Judo Info


Geschiedenis

Judo is een sport die ontstaan is in Japan aan het eind van de 19e eeuw. De grondlegger, Jigoro Kano (1860-1938), heeft judo afgeleid uit het oudere jiu-jitsu. Kano heeft de "harde kanten" van het jiu-jitsu (trappen, stoten, beenklemmen, etc.) weggelaten en het judo onderverdeeld in worpen, houdgrepen, armklemmen en verwurgingen.
Ju-do betekent letterlijk "zachte weg" en dat verwijst naar de vergelijking met het hardere jiu-jitsu. Een van de belangrijkste uitspraken van Jigoro Kano luidt: 'Judo kun je alleen maar leren door het te doen!'


In het begin van de 20e eeuw is het judo groot geworden in Japan. Na de tweede wereldoorlog heeft het judo zich verder over de wereld verspreid. Belangrijke momenten waren de oprichting van de Internationale Judo Federatie (1953), het eerste WK (1956) en de introductie van judo op de Olympische Spelen (1964).
Tegenwoordig is judo een wereldwijde topsport met wereldkampioenen uit AziŽ, Europa, Amerika en Afrika.

Kleding

Een judoka heeft judopak (judogi) aan. Deze bestaat uit een stevige katoenen jas (kimono), bijbehorende broek en de judoband. De kleur band geeft de graad aan van de judoka.
Vanaf het NK tot 20 jaar draagt de ene judoka een blauw pak en de ander een witte. Hierdoor zijn de snelle acties beter te volgen voor het publiek en de scheidsrechters.

Wedstrijdmat

Een judopartij speelt zich af op een vierkante wedstrijdmat (tatami) van 8x8m of 10x10m. De buitenste meter van de mat is altijd rood. Daarbuiten loopt de mat door in een drie meter brede valrand. Op deze valrand wordt niet gejudood. Een wedstrijd wordt geleid door een hoofdscheidsrechter (staand op de mat) en twee hulpscheidsrechters (op een stoel op de hoeken van de mat).

Scoren

Er zijn drie manieren om te scoren: Er zijn vier verschillende scores: koka, yuko, wazari en ippon. Als je een ippon scoort, heb je de partij gewonnen. Maar wanneer krijg je nu welke score? Bij een worp geldt:
Koka: wanneer je je tegenstander op zijn billen gooit.
Yuko: wanneer je je tegenstander op zijn zij gooit.
Wazari: wanneer je je tegenstander bijna op zijn rug gooit. Voor twee wazariís krijg je een ippon.
Ippon: wanneer je je tegenstander op zijn rug gooit. Of als je twee wazariís hebt. Op de grond kan je ook een ippon krijgen met een houdgreep of als tegenstander zich overgeeft, doordat je een armklem of wurging aanzet.
Als je je tegenstander 25 seconden in een houdgreep weet te houden, krijg je een ippon. Ontsnapt je tegenstander binnen 25 seconden, dan krijg je, afhankelijk van het aantal vastgehouden seconden, een kleinere score.

Straf

Er zijn twee straffen in het judo: Een shido (kleine bestraffing) en hansokumake (diskwalificatie). Een shido krijg je o.a voor: Wat precies wel en niet toegestaan is in een wedstrijd verandert regelmatig. Het gaat hier dan om kleine details in het reglement. De hoofdlijnen (iemand op zijn rug gooien en op de grond controleren met een houdgreep, armklem of verwurging) zijn al honderd jaar hetzelfde.